Het RDC heeft in opdracht van de afdeling Maatschappelijke Dienstverlening van de Kempengemeenten voor alle vijf de gemeenten de zogenaamde armoedemonitor uitgevoerd. Daarbij werd gekeken naar wat het bereik is van gemeentelijke inkomensondersteunende regelingen. Het doel van het onderzoek was het in het kaart brengen van de hoeveelheid huishoudens met een laag inkomen die daar ook daadwerkelijk gebruik van maken.

In bijgevoegde factsheet zijn de resultaten van de armoedemonitor te zien. Hierin staat om hoeveel huishoudens het gaat en van welke regelingen zij wel of niet gebruik maken. Daarnaast is er gekeken naar de huishoudsamenstelling, de leeftijd en de woonplek van deze doelgroep.

factsheet armoedemonitor

Wie is eigenlijk de doelgroep?

Inwoners mogen gebruikmaken van inkomensondersteunende regelingen bij een laag inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum. Hierbij betekent een inkomen van 100% het wettelijk sociaal minimum. Zoals in de factsheet te zien is, valt ongeveer een kleine 10% per gemeente onder het laag inkomen van 120%. Vaak wordt er naast het inkomen ook een vermogenstoets meegenomen om te bepalen of men in aanmerking komt voor inkomensondersteunende regelingen. In dat geval betekent dit dat ongeveer 5% van de huishoudens gebruik mag maken van inkomensondersteunende regelingen.

Van welke regelingen wordt gebruik gemaakt?

Allereerst is in de factsheet te zien dat ongeveer een derde van de gerechtigden gebruik maakt van de collectieve zorgverzekering van de gemeenten. Daarnaast maakt tussen de 24% en 42% gebruik van de individuele inkomenstoeslag. Tot slot wordt er bijna geen gebruik gemaakt van de participatieregeling. Dit roept natuurlijk de vraag op: wat zorgt ervoor dat er bijna geen gebruik wordt gemaakt van deze regelingen?

Wie maakt er gebruik van ten minste één regeling?

Er is ook gekeken naar wat de belangrijkste inkomensbron is van de huishoudens die in aanmerking komen tot inkomensondersteunende regelingen. In de factsheet is te zien dat een ruime 80% van de huishoudens, met als voornaamste inkomensbron een bijstandsuitkering, gebruik maakt van ten minste één regeling. De respons is veel minder hoog voor andere inkomensbronnen: werkzaam, pensioen of overige uitkering. Ook deze cijfers roepen vragen op, zoals: hoe kan het dat bijstandsgerechtigden meer beroep doen op deze regelingen?

factsheet armoedemonitor

Wat is samenstelling van deze huishoudens?

De meeste van de huishoudens bestaan uit eenpersoonshuishoudens, namelijk ongeveer 60%. Daarnaast is te zien dat ongeveer 20% tot 30% van de huishoudens met een laag inkomen kinderen heeft. Verder kan opgemerkt worden dat juist de groep van 65+’ers het minst gebruik maakt van alle regelingen. Zo’n 8% van de pensioengerechtigden maakt namelijk gebruik van de regelingen.

factsheet armoedemonitor

Wat is de woonplek van de doelgroep?

In de kaart is te zien in welke kernen de doelgroep woont. Hoe donkerder groen de kern is, hoe meer huishoudens met laag inkomen er zijn in deze kern. Zo is te zien dat in Eersel en Bergeijk het aantal huishoudens met laag inkomen het hoogst is.

Wat kunnen we met deze informatie?

Op basis van de inzichten uit de armoedemonitor kan de gemeente bepalen welke regelingen effectief zijn. De vraag is vervolgens wat ervoor zorgt dat sommige regelingen de doelgroep niet bereiken. Misschien weten ze bijvoorbeeld niet van het bestaan van de regeling of denken ze dat ze hier niet voor in aanmerking komen. Met behulp van de armoedemonitor kunnen de Kempengemeenten gaan bepalen of ze tevreden zijn met de huidige percentages en welke acties ze willen ondernemen.